Recht op omgang met kleinkind?

recht op omgang kleinkinderen

Als ouders uit elkaar gaan, heeft dit gevolgen voor de omgang tussen het kind en zijn vader en moeder. Immers, het kind zal voortaan in twee huizen wonen. Daarnaast kan het ook betekenen dat het kind zijn opa en oma moet missen, omdat de relatie tussen ouders en grootouders (als gevolg van de echtscheiding) bekoeld is. Dit kan uiteraard grote impact hebben op kleinkind én grootouders. Regelmatig krijgen wij de vraag: hebben grootouders recht op omgang met hun kleinkind?

In artikel 1:377a Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat het kind recht heeft op omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Hieruit volgt dat uitsluitend de familieband tussen grootouders en kleinkind onvoldoende is om recht op omgang te krijgen. Er is meer voor nodig, namelijk een “nauwe persoonlijke betrekking”. In de rechtspraak komt naar voren dat het niet eenvoudig is om die nauwe persoonlijke betrekking aannemelijk te maken.

Maar, in de uitspraak van het Hof ‘s-Hertogenbosch van 5 juli 2018 werd die nauwe persoonlijke betrekking wel aangenomen lees de uitspraak hier.

Het Hof overweegt hierover als volgt.

” (…) 3.9.2. Allereerst dient het hof vast te stellen of er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen [minderjarige] en haar grootouders.

De familierechtelijke verwantschapsrelatie is hiertoe niet voldoende; er dienen bijkomende omstandigheden naar voren te worden gebracht.

Door de moeder is niet weersproken dat zij met [minderjarige] enige maanden bij de grootouders in gezinsverband heeft samengewoond.

Verder is uit de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard gebleken, dat de moeder en [minderjarige] in het verleden regelmatig bij de grootouders verbleven, waarbij de grootouders ook een deel van de verzorging van [minderjarige] op zich hebben genomen. Dit blijkt onder meer uit de betrokkenheid van de grootmoeder bij de diabetesproblematiek van [minderjarige] , waarbij de grootmoeder ook aanspreekpunt is geweest voor het kinderdagverblijf en school en zij bevoegd was om [minderjarige] zo nodig injecties toe te dienen.

De grootouders hebben meer dan zes jaar een belangrijke rol in het leven van [minderjarige] gespeeld en een goed contact met haar gehad.

Op grond van het voorgaande staat vast dat er sprake is geweest van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de grootouders en [minderjarige] en zijn de grootouders derhalve ontvankelijk in hun verzoek. Dat er al enige tijd geen contact is geweest maakt dit niet anders. Het verzoek van de moeder in incidenteel appel wordt derhalve afgewezen.

3.9.3. Het hof stelt verder vast dat [minderjarige] de afgelopen jaren veel heeft meegemaakt.

Zij heeft moeten leren omgaan met haar ziekte, er hebben een aantal verhuizingen en schoolwisselingen plaatsgevonden en de moeder en [minderjarige] zijn een nieuw gezinsverband aangegaan met de huidige partner van de moeder, waarbij er ook een broertje in het leven van [minderjarige] is gekomen. Tegelijkertijd zijn de grootouders, met wie [minderjarige] een hechte band had en die zij regelmatig zag, van de ene op de andere dag door de moeder uit het leven van [minderjarige] geweerd en is er al circa drie jaar lang geen contact meer tussen hen geweest.

Nu de grootouders meer dan zes jaar lang vaste hechtingsfiguren voor [minderjarige] zijn geweest en zij bij alle veranderingen altijd een stabiele factor in haar leven zijn geweest, heeft [minderjarige] er belang bij dat het contact met haar grootouders spoedig wordt hersteld.
(…)”

In deze uitspraak wordt bevestigd dat voor een nauwe persoonlijke betrekking tussen kleinkind en grootouders meer nodig is dan slechts de familierechtelijke betrekking. In bijzondere omstandigheden, waarvan in deze uitspraak sprake was, kan er dus een omgangsregeling tussen grootouders en kleinkind worden vastgesteld.

 

Wil je meer informatie over omgangsregeling met de grootouders of over een omgangsregeling in het algemeen? Neem dan contact met ons op.

 

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail