Uithuisplaatsing en bijstand aan ouders

De kinderrechter kan bepalen dat een kind (tijdelijk) uit huis geplaatst wordt. Het kind kan dan geplaatst worden bij familieleden. Dit heet een netwerk pleeggezin. Ook kan het kind bij een onbekend gezin worden geplaatst, dit heet een pleeggezin. Als laatste kan het kind in een tehuis of een instelling worden geplaatst.

De rechter neemt deze beslissing als hij/zij dit noodzakelijk acht in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind of voor een onderzoek naar de geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Voordat de rechter beslist over een uithuisplaatsing mogen alle belanghebbenden hun visie geven tijdens een zitting. Ingrid en Ingeborg adviseren je hierin en kunnen je begeleiden tijdens de zitting.

Een uithuisplaatsing kan voor maximaal een jaar worden uitgesproken. Elke verlenging dient getoetst te worden door de kinderrechter.

Gesloten plaatsing:

Als er sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van het kind naar volwassenheid ernstig belemmeren dan kan de rechter het kind in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp plaatsen. Dit is een instelling waar kinderen niet zelfstandig uit kunnen, de deur zit op slot. De rechter zal dit doen om te voorkomen dat het kind zich onttrekt – of dat anderen het kind onttrekken – aan de noodzakelijke zorg.

Voordat de rechter een besluit neemt over deze vorm van uithuisplaatsing mogen alle belanghebbenden ook hun visie geven tijdens een zitting. Hierbij heeft de minderjarige recht op een eigen advocaat.

Meer weten? Neem gerust vrijblijvend contact op.

Neem direct contact op

 

hightrust-page1 vfas-page1 NOVA