Het verdelen van het vakantiegeld en de belastingaanslag na een echtscheiding

verdeling bij scheiding

Gemeenschap van goederen

Als mensen getrouwd zijn (of een geregistreerd partnerschap hebben) in gemeenschap van goederen, dan zal – in geval van een echtscheiding – deze gemeenschap moeten worden verdeeld. Wat er precies tot die gemeenschap van goederen behoort, hangt onder meer af van het moment van het sluiten van het huwelijk/ geregistreerd partnerschap.

Op 1 januari 2018 is namelijk een nieuw wetsartikel (1:94 Burgerlijk Wetboek) in werking getreden waarin de definitie van de gemeenschap van goederen is beperkt. Dit artikel is alleen van toepassing op een huwelijk/ geregistreerd partnerschap die vanaf 1 januari 2018 is gesloten. Het oude artikel 1:94 blijft van toepassing op huwelijken/ geregistreerd partnerschappen die daarvoor zijn gesloten.

Voor meer informatie hierover verwijzen we je naar de blog van 5 februari 2018

Wat gelijk is gebleven voor huwelijken/ geregistreerd partnerschappen van vóór en na 1 januari 2018 is het moment van ontbinding van de gemeenschap van goederen, namelijk: het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap bij de rechtbank. Dat wordt ook wel de peildatum genoemd. Bijvoorbeeld, als een verzoek tot echtscheiding wordt ingediend op 1 februari 2021, dan moet inzichtelijk worden gemaakt welke bezittingen en schulden er tot die dag waren. Deze moeten vervolgens bij helften worden verdeeld. Dat lijkt makkelijker dan het is. Dus, een voorbeeld:

Hoe zit dat met het vakantiegeld dat na de peildatum in mei 2021 wordt uitbetaald en de belastingaanslag (over het jaar 2020) die in juli 2021 wordt ontvangen?

Hierover deed het Hof Arnhem-Leeuwarden op 12 november 2020 een uitspraak

(…)
5.23 Het hof is van oordeel dat het vakantiegeld, voor zover opgebouwd tijdens de huwelijkse periode, verdeeld dient te worden. Weliswaar is het vakantiegeld uitbetaald in mei, hetgeen na de peildatum is, maar dit neemt niet weg dat de aanspraak op het vakantiegeld maandelijks wordt opgebouwd en als vordering aan de actiefzijde tot de gemeenschap behoort. De man dient daarom het deel dat aan de vrouw toekomt, door hem berekend op € 661,39, aan de vrouw te voldoen.
(…)
5.26 Het hof is van oordeel dat de teruggave inkomstenbelasting 2018 bij helften moet worden gedeeld. Deze teruggave heeft betrekking op de huwelijkse periode en valt daarmee in de te verdelen gemeenschap.

Dus, ook al wordt het vakantiegeld na de peildatum ontvangen, dan nog valt het deel dat tijdens het huwelijk is opgebouwd in de gemeenschap van goederen en moet het dus worden verdeeld. Hetzelfde geldt voor de belastingaanslag; als deze betrekking heeft op de huwelijkse periode, dan zal deze ook moeten worden verdeeld.

Echtscheidingsadvocaat Utrecht

Onze familierechtadvocaten en mediators zijn persoonlijk, betrokken en hebben ruime ervaring. Heb je nog vragen over dit onderwerp of wil je weten wat wij voor jou kunnen betekenen? Neem dan contact op voor een kennismaking met een echtscheidingsadvocaat of mediator van De Zaak in Recht. Wij adviseren je graag!

 

Facebooktwitterlinkedinmail