Wetsvoorstel herziening partneralimentatie

wetsvoorstel

Er is veel aan de hand in alimentatieland. Dit merk ik ook aan de vragen in mijn dagelijkse praktijk. Sommige ideeën lijken stilletjes naar voren te worden geschoven. Zo ook de Nota van wijziging die hoort bij het in 2015 ingediende Wetsvoorstel herziening partneralimentatie.

Wetsvoorstel herziening partneralimentatie

Het Wetsvoorstel herziening partneralimentatie is in 2015 ingediend. Dit voorstel wilde een hoop wijzigen in de huidige wettelijke regeling. Het wetsvoorstel veranderde bijvoorbeeld de grondslag voor partneralimentatie, wijzigde de manier van berekenen en zou de duur van de partneralimentatie verkorten.

De nieuwe grondslag voor vaststelling van de partneralimentatie zou de huwelijks gerelateerde vermindering van de verdiencapaciteit worden. Er zou dan gekeken worden naar een compensatie voor de gedurende het huwelijk verloren verdiencapaciteit als gevolg van gemaakte keuzes tijdens het huwelijk. De algemene onderhoudsplicht van de ene echtgenoot voor de andere echtgenoot (vanuit lotsverbondenheid) zou hiermee verlaten worden.

De duur van de partneralimentatie zou verkort worden van maximaal 12 jaar naar maximaal 5 jaar. De manier van berekenen zou eenvoudiger moeten worden en contractsvrijheid zou het nieuwe uitgangspunt worden. Dit laatste hield in dat echtgenoten vooraf of tijdens de echtscheidingsprocedure in afwijking van de wettelijke regeling zelf de partneralimentatie zouden kunnen uitsluiten.

Kritiek op het wetsvoorstel

Het eerste Wetsvoorstel heeft veel kritiek gekregen. De reactie van de Raad van State was het meest ingrijpend. De Raad gaf bijvoorbeeld aan:

“De Raad merkt op dat de initiatiefnemers in het voorstel waren uitgegaan van een situatie met betrekking tot de verdeling van zorgtaken binnen het huwelijk, die ver verwijderd is van de maatschappelijke realiteit.”

Dat is harde kritiek. Gek genoeg werd de kritiek in eerste instantie terzijde geschoven. Maar een dag voor de verkiezingen, op 14 maart 2015, hebben de initiatiefnemers een Nota van wijziging ingediend. Er was zoveel aandacht voor andere zaken dat de nota niet leek op te vallen. Dat is jammer, want deze nota verdient de aandacht.

Wat hebben de initiatiefnemers van het wetsvoorstel gewijzigd?
  • Allereerst wordt de grondslag voor partneralimentatie toch niet gewijzigd. Het uitgangspunt blijft handhaving van de welstand voor het verbreken van het huwelijk.
  • Voor de manier van berekenen zal aangesloten worden bij de huidige rekenmethode van de Expertgroep Alimentatienormen.
  • De wetsbepaling dat een alimentatieverplichting zal eindigen als iemandsamenleeft als ware men gehuwd zal toch niet worden geschrapt. Wel komt er een aanvullende bepaling dat de alimentatiegerechtigde voor een periode van zes maanden kan samenwonen zonder de aanspraak op partneralimentatie te verliezen. Hiervoor is wel van belang dat de gewenste samenwoning vooraf aan de alimentatieplichtige gemeld dient te worden. Als de samenwoning dan binnen deze zes maanden zal eindigen, herleeft de alimentatieplicht weer.
  • Het blijft mogelijk om de alimentatie na vaststelling hiervan te wijzigen.
  • De jaarlijkse indexering van de alimentatie zal blijven bestaan.
  • Tot slot zal er geen sprake zijn van contractsvrijheid, bijvoorbeeld om de partneralimentatie bij het opmaken van de huwelijkse voorwaarden uit te sluiten.
En is het nu beter?

De Nota van wijziging maakt het Wetsvoorstel beter. De grondslag van de partneralimentatie blijft bestaan waardoor er in meer gevallen een recht op partneralimentatie blijft bestaan. Het voorstel sluit aan bij de huidige jurisprudentie en zorgt er dus ook voor dat er minder rechtsonzekerheid zal bestaan. De verkorting van de termijn zal wel de nodige gevolgen hebben.

De verwachting is dat dit wetsvoorstel meer kans maakt om door de Tweede Kamer te komen. Als dat gebeurt dan kunnen de familierechtadvocaten de mouwen opstropen. Een gemotiveerd verzoek om de alimentatie te verkorten is op dit moment moeilijk voor elkaar te krijgen. Als het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is kan zo’n verzoek (vooruitlopend op de behandeling van het voorstel door de Eerste Kamer) juist wel een grotere kans van slagen hebben. Wat ook mogelijk is dat de alimentatieplichtige – die nu nog een recht zou hebben op een partneralimentatie met de huidige duur van 12 jaar – dit verzoek nog snel zal doen om zeker te zijn van de termijn.

Voordat we weten of deze gevolgen definitief zullen ontstaan moet het wetsvoorstel natuurlijk eerst worden goedgekeurd door de Tweede Kamer en daarna door de Eerste Kamer.

Het blijft dus nog wel even onrustig in alimentatieland. Heb je vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op!

 

Facebooktwitterlinkedinmail