Alimentatie en schulden

schulden

Wat is er mogelijk?

In haar beschikking van 22 juni 2017 moest het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden antwoord geven op de vraag of een beroep op de aanvaardbaarheidstoets kon slagen. Makkelijker gezegd, welke invloed hebben schulden op alimentatieverplichtingen? Bij haar antwoord voegt het Hof maar liefst negen beschikkingen aan haar beschikking. In deze blog leg ik uit wat de aanvaardbaarheidstoets inhoudt en hoe deze in de zaak van 22 juni 2017 werd toegepast.

 

Aanvaardbaarheidstoets

De theorie

In de rechtspraak zijn alimentatierichtlijnen ontwikkeld. Op basis hiervan dient de behoefte (wat heeft een kind nodig) en de draagkracht (wat kan iedere ouder in de behoefte bijdragen) berekend te worden. De hoofdregel is dat de draagkracht van iedere ouder forfaitair berekend moet worden. Het meenemen van schulden bij de berekening van ieders draagkracht is een uitzondering op deze regel. De reden hiervoor is dat de wettelijke onderhoudsverplichting van ouders niet vrijblijvend is. Ouders dienen rekening te houden met de behoefte van hun kinderen bij de financiële keuzes die zij maken.

Als iemand extra lasten wilt meenemen in de draagkrachtberekening dan kan er een beroep op de aanvaardbaarheidstoets gedaan worden.  Dit kan alleen als er tussen de ouders een verschil van mening is of er wel sprake is van extra lasten en of deze effect zouden moeten hebben op de draagkracht. Er moet sprake zijn van een onaanvaardbare situatie. Daarvan is sprake als de onderhoudsplichtige bij de vast te stellen bijdrage niet meer in de noodzakelijke kosten van bestaan kan voorzien of van zijn / haar inkomen na vermindering van de lasten (dat wil zeggen de lasten die niet zijn begrepen onder het draagkrachtloos inkomen, dit is dat gedeelte van het inkomen wat niet aangewend kan worden voor kinderalimentatie) minder dan 90% van de voor hem geldende bijstandsnorm overhoudt. Dit dient door de onderhoudsplichtige gesteld en onderbouwd te worden. Bij de beoordeling kan onder meer de financiële situatie van de onderhoudsplichtige belang zijn, maar ook of het mogelijk is om de extra lasten te verminderen en welke zorgregeling er is met de kinderen.

Als een onderhoudsplichtige een beroep op een aanvaardbaarheidstoets doet dan dient de rechter te beoordelen of het bedrag – dat volgens het forfaitaire rekenmodel betaald moet worden – niet juist is gelet op de omstandigheden. Hierbij is ook van belang of de onderhoudsplichtige verweten kan worden dat er extra lasten zijn ontstaan en deze extra lasten vermeden hadden kunnen worden.

Wat was er in deze zaak aan de hand?

Partijen (een man en vrouw) waren twee keer getrouwd geweest. Tijdens het tweede huwelijk hebben zij twee kinderen gekregen. Op 12 januari 2011 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. In dezelfde beschikking is aan de man opgelegd om een bedrag van € 1.010 per maand aan partneralimentatie te betalen. Ook is er door partijen een ouderschapsplan opgemaakt. Deze is aan de beschikking gehecht. In dit ouderschapsplan hadden partijen afgesproken dat de kinderen hoofdverblijf zouden hebben bij de vrouw en dat de man een bijdrage van € 400 per kind per maand aan kinderalimentatie zou voldoen.

De man heeft in 2008 de regeling ingevolgde de wettelijke schuldsanering positief afgesloten. Vanaf 2015 zijn al zijn goederen onder bewind gesteld wegens verkwisting en/of het hebben van problematische schulden. Tijdens en na het huwelijk gebruikte de man cocaïne en was niet goed in het bijhouden van zijn administratie. Dit was bij de vrouw bekend. Ook had de man inmiddels een achterstand in zijn alimentatieverplichtingen. Hiervoor was inmiddels het LBIO ingeschakeld.

De man heeft op 18 november 2014 een verzoek tot wijziging van de kinder- en de partneralimentatie ingediend. Hij heeft primair verzocht om de bijdrage aan kinder- en partneralimentatie met ingang van 1 juni 2011 op nihil te stellen. De rechtbank heeft bij beschikking van 22 juli 2015 de kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2015 vastgesteld op een bijdrage van € 414 per kind per maand. De partneralimentatie is met ingang van de datum dat het verzoekschrift is ingediend vastgesteld op een bijdrage van € 644 per maand. Zowel de man als de vrouw zijn in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking. De grieven van de man waren gericht op de ingangsdatum van de wijziging van de kinder- en de partneralimentatie, zijn inkomen en zijn beroep op de aanvaardbaarheidstoets. In deze blog zoomen we in op de aanvaardbaarheidstoets.

Hoe is de theorie van de aanvaardbaarheidstoets in deze zaak toegepast?

In deze zaak is volgens het Hof duidelijk dat de man een aanzienlijke schuldenlast heeft opgebouwd. Ook staat vast dat de man onder bewind staat. Het Hof is verder van oordeel dat het grootste gedeelte van de schulden verwijtbaar is. De man had er rekening mee moeten houden dat hij kinderalimentatie moe(s)t voldoen. Duidelijk is volgens het Hof echter ook dat de man zich niet kan bevrijden van de schulden. Hij lost inmiddels flink af op de schulden. Ook is duidelijk dat de man deze aflossingen niet van zijn vrije inkomen (het inkomen wat overblijft na het vaststellen van het draagkrachtloos inkomen) kan voldoen.

Het Hof wijst zijn beroep op de aanvaardbaarheidstoets toe. In zijn draagkrachtberekening neemt het Hof de (gemiddelde) maandelijkse aflossingen op zijn schulden als extra last mee. Vervolgens berekent het Hof de draagkracht van de man op die manier dat hij nog 90% van zijn bijstandsnorm overhoudt. Omdat deze berekening gebaseerd is op het fictieve inkomen van de man, berekent het Hof vervolgens nogmaals de draagkracht van de man met toepassing van de 90% regel, maar ook met het feitelijke inkomen van de man.

Het uiteindelijke resultaat van de negental bijgevoegde berekeningen? Het Hof heeft het bedrag met terugwerkende kracht vanaf 2013 in periodes verminderd. Met ingang van 1 januari 2016 (en met toepassing van de aanvaardbaarheidstoets) diende de man tenslotte een bijdrage van € 217 per maand te voldoen. De partneralimentatie is met ingang vanaf 1 juli 2013 op nihil gesteld. Tot aan 1 januari 2016 was de reden hiervoor dat partijen samen onvoldoende draagkracht hadden om in behoefte van de kinderen te voorzien. De draagkracht die de man formeel wel voor de partneralimentatie had moest eerst volledig worden aangewend om in de behoefte van de kinderen te voorzien. Pas daarna kan er partneralimentatie voldaan worden. Vanaf 1 januari 2016 heeft het Hof zijn beroep op de aanvaardbaarheidstoets meegenomen waardoor de man – door zijn schulden en de aflossingen daarop – onvoldoende draagkracht had om partneralimentatie te voldoen.

Heeft u vragen over uw alimentatie en de aanwezigheid van schulden? Neem dan contact met ons op. Wij denken graag met u mee.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail